JOHANNES AUGUST BAKKER
Geboren te Eibergen op 12 augustus 1922
Mijn Vader : August Johan Bakker - Kolonel KNIL –
hij kwam na een van de 6jarige dienstperiodes met een verlof naar Nederland
en dat was precies de tijd dat ik in Eibergen geboren ben.
Daarna zijn we weer terug gegaan naar Indonesie.
Bakker, August Johan
Geb. 1889, Menado (Ned.O-Indie), wonende Bandjermasin (Ned-O-Indie),
zoon van Mr. Harmen Bakker en Amelia Charlotte Kamman,
de laatste wonende Teteringen (NBr).
Genoemd als 1e luitenant van het Oost-Indische Leger bij zijn huwelijk16-3-1915
Huwelijk te Den Haag (met de handschoen) [akte A135] met Angelika Hendrica
Anna Carolina Wilhelm, 24 jaar,
geb. Benkoelen (Ned.O-Indie).
Zijn vertegenwoordiger bij het huwelijk is zijn broer Frederik Wilhelm Gerhard
Bakker, fabrikant van plantenboter, wonende te Den Haag.
Mijn Moeder :Angelika Bakker - Wilhelm , dochter van KNIL Officier Wilhelm.
Er volgt een scheiding zoals dat in het leven gaat.
Mijn Stiefvader : Generaal Majoor A.G. Van Tricht, per 1938 na Indonesie
gestationeerd als militair attache in Bern, die mijn moeder in Indie heeft
ontmoet en met wie ze dertig jaren is samen geweest.
Mijn vader pensioneerde van de KNIL en hij ging met ons terug naar Nederland
rond 1938 waar hij vervolgens burgemeester van Eibergen werd. Overleden in
1950 - Hij is 61 jaar geworden.
Na de HBS-B te hebben voltooid op het Beatrix Lyceum in Lausanne ben ik
daarna gaan studeren in Bern. Op dat lyceum heb ik met een leraar ook nog
eens de MtBlanc, beklommen , de ”Piste de Diable” herinner ik mij nog.
Ik was 18 jaar toen de Duitsers Nederland binnenvielen, en zat op een internaat .
Ik herinner mij als de dag van gisteren dat de vliegtuigen overkwamen en later
een stoet ‘ arrogante koppen’ op hun motorfietsen met zijspan door de
Badhuisweg in Scheveningen kwamen. Als militair in hart en nieren had ik eerst
nog wel hoop gehad dat het Nederlandse leger in staat zou zijn enige weerstand
van betekenis te kunnen geven, maar helaas is dat geen bewaarheid geworden.
Ik zal het nooit vergeten.
Het was voor mij een emotionele gebeurtenis en ik zag het allemaal gebeuren
met tranen in de ogen en een kokend gevoel van woede, waar ik verder nog
geen kant mee uit kon.
Komend uit een van oudsher militaire familie, besluit ik al heel snel de wijk te
nemen om mij aan te sluiten bij de geallieerden.
Tijdens een internaat vakantie vertrek ik naar mijn vader in Apeldoorn, een
gepensioneerde kolonel van het KNIL. Uiteraard is die blij en trots met mijn
voornemens en hij geeft me geld voor mijn geplande reis. Met mijn vriend Max
Confurius – een kadet sergeant – 1940 - gaan we op de fiets naar Breda.
De route werd genoemd naar Jacobus Gerhardus (Job) van Niftrik (1893-1976),
reserve-officier en zijn Belgische vrouw Elisabeth Gevers (Betty) (1900-1985,)
Zij waren ook zeer bevriend met mijn stiefvader.
De van Niftrik-route nam haar aanvang in Nederlands Putte, een dorpje aan de
Belgische grens. Bij de eerste etappe van deze route – van Putte tot Antwerpen
– werden vier families ingeschakeld, die elkaar al vóór de oorlog kenden. Drie
van de vier families waren voorheen elkaars buren. Die families zijn: van Niftrik
in Nederlands Putte, Meeus in Belgisch Putte, van Dulken en Desguin
(Antwerpen). Deze familiecombinatie is een mooi voorbeeld van hoe
‘verzetsrelaties’ kunnen ontstaan uit een kennissenkring.
De eerste keer In 1941 vroegen de Leidse studenten Pierre Louis d’Aulnis de
Bourouill en Cees Droogleever Fortuyn, die via Spanje naar Engeland wilden
gaan, aan Betty van Niftrik hulp om de Belgische grens over te steken. Zij waren
de eersten die de Van Niftrik-route gebruikten en kwamen via de familie
Desguin bij de familie van Dulken in Antwerpen terecht. Van Niftrik zorgde voor
valse persoonsbewijzen. Via België gingen de Engelandvaarders vaak met de
trein tot Besançon, naar de 'Zone Interdite' tussen Frankrijk en Zwitserland.
Via een contactman van Confurius was ons toegezegd dat er iemand zou zijn
die ons veilig over de Belgische grens kon zetten. Na vele uren tevergeefs
wachten moesten we helaas onverrichter zaken weer terug naar huis.
Confurius later helaas omgekomen in Frankrijk.
Uiteraard had ik de moed nog lang niet opgegeven. Mijn grote geluk was dat
mijn stiefvader niet alleen Generaal Van Tricht was, maar ook nog eens als
militair attaché in Bern zat.
In afwachting van verdere ontwikkelingen hield ik me in goede conditie met
knokpartijen tegen de gehate in zwarte pakken geklede Volk & Vaderland
verkopende NSB’ers onder andere in de Fahrenheitstraat. Ik was een leuk
amateur boksertje en met een fietsketting erbij kon ik mijn agressie best wel
kwijt. Ik heb vele gescheurde zwarte pakken op mijn geweten. Mijn grootste
zorg was om op tijd weer onzichtbaar te worden en arrestatie te voorkomen.
Het goede nieuws uit Zwitserland liet niet al te lang op zich wachten en er is een
zwitsers visum voor me geregeld. Hoera.
Dit werd ook mogelijk gemaakt omdat meerdere nederlandse jongeren in
Zwitserland studeerden en dan weer terug kwamen.
Met de hulp op afstand van mijn moeder in Bern lukte het me om een Duits
stempeltje te krijgen en kon ik ‘ forneel ‘ / legaal weg uit Nederland. 1941.
Mijn grootvader kolonel Wilhelm heeft mij naar de trein gebracht – ik heb daar
nog een fotootje van.
Met in mijn scheikundeboek geheime codes en inlichtingen over de Duitse
troepen, en een album met foto’s van de Duitse inval en het bombardement op
Rotterdam, die ik via mijn vader en het verzet had gekregen - stap ik op de trein
richting Basel, 20 juni 1941.
Het gaat allemaal voorspoedig en in Basel wacht mijn zus mij op. Ik zie aan de
Duitse kant een van de grenswachten en kan het niet laten die mof
hartstochtelijk uit te moeren.
De Zwitserweg Weg was tijdens de Tweede Wereldoorlog een gangbare
smokkelroute van 1942 tot juni 1944.
De route ging via betrouwbare personen en adressen van Nederland naar
Genève. Vaak brachten koeriers via deze route berichten naar Zwitserland die
voor de regering in Londen bestemd waren. Die berichten werden in Nederland
op microfilm gezet en vaak in de kleding verstopt.
Tot mijn vertrek november 1943 naar Engeland studeerde ik wat geologie in
Bern, niet te verwarren met theologie - zowel als criminilogie. Ik had daar ook
een leuk contact met Jan de Hartog die in die tijd bezig was met zijn boek
Schipper naast God.
Terwijl ik geologie studeerde aan de Universiteit van Bern, werkte ik in feite als
geheim agent voor de militair attache. Ik onderzocht onder andere vluchlijnen
via Italie en Frankrijk/Spanje en kocht onderhands gouden munten om mee te
geven aan Engelandvaarders, interviewde uit Duitsland en bezet gebied
ontsnapte krijgsgevangenen en verzetslieden. De inlichtingen werden
doorgegeven aan de Britse militair attache kolonel Winny West, aan de
Amerikaanse militair attache Barney Legge en diens medewerker mr. Allan
Dulles, het latere hoofd van de CIA.
Ik ontmoette in een gezellige bar soms ook Engelse vliegers. Onverwachts
kwam daar ook een Duitser binnen. Zoals dat wel gaat in bars en aanverwante
gelegenheden was een ieder enigszins of iets meer onder invloed van wat
alcohol. Een Engelsman had de mof al gauw uitgelegd : We Bombed You …
Dat was een prima aanleiding voor een felle vechtpartij waarop ik hem op zijn
Fahrenheitsestraats het ziekenhuis in sloeg.
Geluk was dat ik daar als zoon van diplomaat Van Tricht mee weg kwam.
Gekoppeld aan dit geluk was ook dat ik via mijn (stief)vader ook In contact
kwam met andere diplomaten, en zo bleek het wel mogelijk een Portugees en
tevens een Spaans visum te krijgen. Ik zou de route volgen die ook de
Nwzeelandse Generaal Miles voor mij had genomen en die vervolgens naar
men beweerde zelfmoord in Spanje had gepleegd. Ik heb daar later na aankomst
Spanje de toedracht van die zaak onderzocht.
En zo was ik klaar om met een groepje van vier te vertrekken om via Frankrijk
naar Spanje te gaan.
In de trein van Lyon naar Toulouse had ik me wat vermomd als Basque met een
Franse krant voor mijn neus. In Toulouse heb ik op verschillende adressen
ondergedoken gezeten.
DE ROUTE :
Annecy - Toulouse - Foix en Porta - na 11 dagen Puigcerda aan de Spaanse
kant van de Pyreneeën - 5 januari 1944 Lissabon - via Gibraltar - 18 februari
Londen.
Het ondergrondse verzet vermomde mij als treinmachinist inclusief uniform en
pet. Op hun advies had ik mijn uiterlijk wat verfrommeld en meerdere dagen
niet geschoren.
Uiteindelijk vertrok ik begin november 1943 samen met enkele Engeland -
vaarders illegaal door bezet Frankrijk met een vals identiteitsbewijs op naam
van Pierre Thierry. Ik werd door de leider van een verzetsgroep in Frankrijk
telkens op een ander adres ondergebracht, onder anderen bij een trein -
machinist, die mij als employe langs de Duitse controles in de trein richting
Andorra loodste.
Op het perron werd ik nog aangsproken door een Duitser die blafte dat ik zijn
fiets moest inladen. Ik hield me gedeisd en van de domme “questceque vous
voulez” … en vervolgens smeet ik zijn fiets in de wagon. Verdammte Franzosen
was zijn enige reaktie.
De treinreis richting Pyreneeën kende weinig problemen en ik bracht de nacht
door pratend met de communistische conducteur. Communisme is zeker niet
mijn kleur, maar hij was tevens fel anti Duits, dat hadden we dan wel weer
gemeen. In de ochtend was er een prima ontbijtje.
Na aankomst in Toulouse was er een ‘ Passeur’ die mij over de Frans/Spaanse
grens zou loodsen. Maar die kreeg het Frans/Spaans benauwd en werd bang
een Duitse patrouille tegen het zweterige lijf te lopen. En zo dwaalde ik alleen
door de bossen. Mij was nog wel verteld dat als ik lichtjes van een bewoonde
wereld zou zien dat het dan wel Spanje zou kunnen zijn …. Dat was een hele
troost. Na een omzwerving van enkele dagen zie ik inderdaad de voorspelde
lichtjes !! Ik ben in Spanje. Hoera.
Het was inderdaad een klein Spaans dorpje en ik ging naar een goed uitziend
hotel. Ik moest me inschrijven en mij werd verteld dat ik onmiddellijk naar de
politie moest om me aldaar aan te melden. Maar na mijn omzwervingen lapte ik
dat alles aan mijn laars en heb allereerst een heerlijk bad genomen en een
lekker uitgebreid diner genomen. Daarna ben ik zeker wel naar het politieburo
gegaan en heb daar vrolijk gezwaaid met Passaporto Diplomatico …ze waren
best wel onder de indruk daarvan.
De dag daarop werd ik opgehaald door de lokale Guardia Civil en gebracht naar
Figueras. Daar was een politie commissaris die minder onder de indruk was van
mijn passaporto diplomatico en die heeft me vervolgens drie dagen achter de
tralies gezet.
Met wat pesetas die ik uit Bern in mijn riem had zitten kon ik in de gevangenis
nog wat eten “ regelen” … en ik had ook wel de commissaris gezegd om mijn
gestempelde visum in mijn paspoort maar eens te verifieeren met Madrid.
Vanuit Madrid werd al snel doorgeseind dat mijn visum prima in orde was en
ben ik vrij gelaten.
Ter vermijding van diplomatieke moeilijkheden werd ik met een dagelijkse
meldingsplicht ondergebracht in Hotel de Paris in Fiqueras. Daar onderzocht ik
de moord op de ontsnapte Nieuw-Zeelandse brigade-generaal. Miles, die een
maand lang door de Gestapo zodanig was ondervraagd en gemarteld dat hij
zichzelf had opgehangen.
Ik kreeg ten slotte toestemming om door te reizen naar Lissabon. Vandaar voer
ik clandestien met een groepje Engelandvaarders per coaster naar Gibraltar.
Doordat ik op persoonlijke titel inlichtingen had verzameld had ik de aandacht
getrokken van enkele geallieerde officieren die mij vervolgens per vliegtuig
naar Engeland zonden.
Vanuit Engeland vertrok ik in KNIL-verband naar
Australie voor een officiersopleiding en een opleiding
bij de para's, waar ik tevens mijn uitvindingen aan de
praktijk kon toetsen.
Ik ontmoette daar (de latere Generaal) Simon Spoor in de rang van Overste.
Hij doceerde daar staat van oorlog en beleg.
Een fascinerende man die ook vaak voorbeelden van de strategie van
Napoleon aanhaalde. Ik heb die opleiding met sukses afgerond.
Spoor wist ook van de veerschoenen waar ik een patent op had.
Parachutisten schoenen die ik tijdens mijn tijd in Zwitserland had uitgevonden.
Er volgde de uitnodiging om bij hem in de NAVY’s ??
te komen werken. Ik zei natuurlijk : Heel graag Overste..
Na de para opleiding werd ik (als enige) door Spoor naar de School of Military
Intelligence in Southport gestuurd, waar ik in juni 1945 cum laude mijn diploma
behaalde.
Vervolgens kwam ik bij de Interrogation afdeling – voornamelijk ook vanwege
het dat ik heel goed Maleis sprak. Mijn vader was hoofd officier in Indie en zo
was ik geruime tijd van mijn vroege jeugd ook in indie.
Het was een hele interessante tijd .
Van het Indonesische nationalisme wisten we daar in Australie nog niet veel,
ook vanwege het feit dat er nog geen recapitulatie van Japan was. Evenmin
hoorden wij weinig of niets over de situatie in Indonesie en wat de Jappen daar
allemaal aan het uitvreten waren.
Indonesië werd in 1942 veroverd door de Japanners. Dat was een vreselijke
tijd, mensen werden in kampen geplaatst om onder dwang te gaan werken,
spoorbanen bouwen bijvoorbeeld. Toen de Japanners dreigden te verliezen
beloofden zij de Indonesiërs onafhankelijkheid. Daar was pas sprake van in
1945, toen de Japanners zich hadden overgegeven.
Spoor was adviseur van generaal McArthur en derhalve was de Amerikaanse
oorlogsvoering ook wel een voorbeeld voor Spoor.
Alswel McArthur zelf – en liep hij ook met een donkere bril.
Zo zou je kunnen zeggen dat Generaal Spoor de McArthur van Nederlands Indie
is geweest.







=====================================================
Nederlanse regering in ballingschap
|
Ik ontmoette daar (de latere Generaal) Simon Spoor in de
rang van Overste.
Hij doceerde daar staat van oorlog en beleg.
Er volgde de uitnodiging om bij hem in de NAVY’s ??
te komen werken. Ik zei natuurlijk : Heel graag Overste..
FOTO
als die hebt
van beklimming MtBlanc
FOTO
van inLaden kisten op schip van Heutsz
Direkt na de Japanse capitulatie stelde ik Kolonel Spoor
voor om met een groep parachutisten landingen te doen
in Batavia en Semarang. Dan zouden wij de eerste
Nederlanders terug in Indonesië zijn – Spoor vond het
een briljant idee. Maar mcArthur had het opperbevel
inmiddels over moeten dragen aan de Engelsen – met
name : …………….., en die had daar heel andere
gedachten over.
FOTO"S VAN SPRINGSCHOENEN
SPRING HELM


Ik zat in in Camp Columbia in Brisbane en was meteen in de gelegenheid om
de veerschoenen verder te ontwikkelen.
Toen de schoenen klaar waren ben ik ook nog van een dak – van een van de
barakken in het kamp - afgesprongen en Overste Spoor riep verschrikt :
voorzichtig Bakker – breek je nek nou niet.
Vervolgens heb ik ook de parachutisten commando opleiding gevolgd. En
daar zijn de schoenen en de helm - ook met van die veren - in praktijk
uitgeprobeerd en het was een groot sukses.
De pech was dat het reeds januari 1945 was en de oorlog ten einde liep zodat
ik er verder geen commercieel en/of financieel uit heb kunnen halen.
Direkt na de Japanse capitulatie stelde ik Kolonel Spoor voor om met een
groep parachutisten landingen te doen in Batavia en Semarang. Dan zouden
wij de eerste Nederlanders terug in Indonesië zijn – Spoor vond het een
briljant idee. Maar mcArthur had het opperbevel inmiddels over moeten
dragen aan de Engelsen – met name : …………….., en die had daar heel
andere gedachten over.
Wij zijn vanuit Brisbane vertrokken naar Indonesie met de Van Heutsz
………volgestouwd met kisten en dergelijke …….
Foto van het inladen van de Van Heutsz
Vervolgens koers Batavia en op 6 oktober 1945 ? daar aangekomen. Sinds
de capitulatie het eerste Nederlandse schip dat daar binnenkwam. Ik was
onder andere ook in gezelschap van luitenant Bisschop, ook Engelandvaarder.
Van Heutsz 1926 built by Kon. Mij. De Schelde, Vlissingen | 1948 transferred to
KJCPL, 1957 reverted to KPM renamed Barentsz, 1959 scrapped. 4,588 tons.v
Simon Hendrik Spoor (Amsterdam, 12 januari 1902 - Batavia, 25 mei 1949) was
een Nederlands generaal en commandant van het Nederlands-Indische leger.
Loopbaan
Spoor werd in 1923 benoemd tot tweede luitenant en vervolgde zijn loopbaan in
het Indische leger. Hij bracht twee maal langere tijd in Nederland door; eerst
om de Hogere Krijgsschool te doorlopen en vervolgens werd hij aangesteld als
leraar aan de Koninklijke Militaire Academie in Breda. Spoor was in de rang van
kapitein verbonden aan de generale staf in Nederlands-Indië toen deze
Nederlandse kolonie bij de Tweede Wereldoorlog betrokken raakte en door
Japan op 10 januari 1942 werd aangevallen. Spoor ontsnapte ternauwernood
samen met collega kapitein Reinderhoff, eveneens bij de generale staf, in het
laatste vliegtuig van het vliegveld Andir in de nacht van 8 op 9 maart 1942,
terwijl de Japanse strijdkrachten het vliegveld reeds waren genaderd en de
overgave van Nederlands-Indië vlak erna zou worden getekend.
Beiden mochten uitwijken naar Australië op uitdrukkelijk bevel van de
toenmalige legercommandant generaal ter Poorten. Aangekomen in Australië,
werden zij toegevoegd aan de kort daarvoor opgerichte NEFIS. Spoor werd
hoofd van sectie I van deze dienst en in 1944 werd hij vervolgens benoemd tot
directeur van de gehele NEFIS.
Legercommandant in Nederlands-Indie
De benoeming van Spoor tot legercommandant in Nederlands-Indië in de rang
van generaal-majoor, tijdelijk luitenant-generaal, volgde in januari 1946. Deze
promotie was opmerkelijk omdat hij in dienstjaren feitelijk nog niet toe was een
opperofficiersrang te bekleden. Spoor viel echter niet alleen op door zijn
militaire capaciteiten, maar ook zijn politieke handigheid vielen in de smaak bij
de regering in Den Haag. Als legercommandant gaf Spoor leiding aan de
operaties tegen de Indonesische nationalisten (de TNI en ongeregelde
strijdgroepen), van welke operaties de zogenaamde politionele acties in 1947
en 1948 de bekendste zijn. Spoor stond aan het hoofd van de grootste
legermacht die Nederland ooit buiten het grondgebied in Europa op de been
heeft gebracht: circa 120.000 man in 1947 en circa 140.000 man in 1948.
De enorme problemen die in Nederlands-Indië ontstonden na de geallieerde
overwinning op Japan, in 1945, bezorgden de Nederlandse autoriteiten veel
zorgen. Met de benoeming van Spoor hoopte men dat deze zeer slagvaardige
officier snel de rust en orde op de eilanden zou kunnen herstellen. Echter, de
vertragingen (zo niet tegenwerkingen) die de Nederlandse autoriteiten moesten
ondergaan van onder meer de Engelse en Australische regeringen (waardoor
maandenlang geen Nederlandse militaire eenheden mochten landen op Java)
verergerde de situatie aanzienlijk. In die cruciale maanden konden de
verschillende Indonesische nationalistische groeperingen (waaronder
communistische alsook islamitische) een greep naar de macht doen. Onderling
was men echter ook verdeeld, en naast deze min of meer officiële
groeperingen, waren er ook roversbendes actief die dood en verderf zaaiden
onder vooral de net uit de Japanse concentratiekampen vrij gekomen
Europeanen en Indo-Europeanen. Sommige van de Indonesische groeperingen
hadden tijdens de tweede wereld oorlog samengewerkt met de Japanners
onder het leiderschap van Soekarno. Toen Spoor legercommandant werd was
de situatie al zeer ernstig verslechterd, en dreigde anarchie de gehele Indische
archipel in vlammen te doen opgaan. Moord, verkrachtingen, roof en plunder
waren aan de orde van de dag. In deze brisante situatie moest Spoor orde zien
te krijgen.
Overlijden
Op 20 mei 1949 gebruikte Spoor het middagmaal in het restaurant van de
jachtclub in Tanjung Priok, ter viering van zijn bevordering tot volwaardig
Generaal (vier sterren). Drie dagen later kreeg hij ernstige hartklachten waaraan
hij na twee dagen op 47-jarige leeftijd overleed. De disgenoot van Spoor, zijn
adjudant ritmeester Smulders was na de lunch ook ernstig ziek geworden.
Smulders lag vier dagen in coma. De overige gasten van de jachtclub, die exact
hetzelfde hadden gegeten, mankeerden na het eten echter niets. Een
accidentele, bacteriële voedselvergiftiging werd daarom uitgesloten. Op het
lichaam van Spoor werd geen sectie verricht. Volgens geruchten zou de dood
van Spoor samenhangen met de "Zaak vaandrig Aernout", een
corruptieonderzoek naar de top van het Indische leger, waarin Spoor opdracht
had gegeven naar Aernout diepgravend onderzoek te doen. Sluitend bewijs
hiervoor is niet geleverd. De meest aannemelijke doodsoorzaak van Spoor is
zijn enorme werkdruk. Spoor had in zijn laatste jaren regelmatig klachten
gehad, waaronder een mentale ineenstorting of burn-out in 1943 in Australië, en
had regelmatig melding gedaan van zware hoofdpijnen. Ook leed hij aan een
structurele overbelasting van zijn functie die zich verhevigde na zijn
terugkomst op Java. Na de grote inspanningen gedurende de tweede
wereldoorlog had Spoor geen mogelijkheid gehad met verlof te gaan, mede
door zijn benoeming tot legercommandant, die zijn werkdruk alleen maar deed
toenemen. Ten tijde van het overlijden van Spoor tekende zich reeds een
spoedig einde van de Nederlandse aanwezigheid in Indonesië af.

De Mont Blanc (Frans voor Witte Berg, Italiaans: Monte
Bianco), is de hoogste top van het Mont Blancmassief.
De Mont Blanc is met 4810,90 meter de hoogste berg in
de Alpen. Zonder de 32 m dikke ijstop, meet hij op die
plaats 4779 m; onder het ijs is dan het hoogste punt 40 m
ten westen ervan gelegen (4806/4792 m).